Dagboek van een getrokkene

Roze Ridders, Diarree, Obstipatie en Winderigheid
DAG 1: driemaal Brufen Bruis 600
DAG 2: drie maal Brufen Bruis 600
DAG 3: tweemaal Brufen Bruis 600, eenmaal Ibubrofen 400
DAG 4: driemaal Ibuprofen 400

Dankzij bovengenoemden waren het vier naar omstandigheden heerlijke dagen. Een beneveld en oppervlakkig bestaan met diepe slapen en heel veel niks. Geen vuiltje aan de lucht, het was zoals Adriaan van Dis het eens zo mooi schreef: 'Geen mooier dorp, dan het dorp onder mijn schedeldak.' Als het gebied linksachter soms plots opstandig was, zorgde bijvoorbeeld een roze kameraad slechts minuten later voor een bedwelmende verlichting. Ik zou vandaag schrijven over het plotseling gemis van twee geliefde verstandskiezen, maar dat gaat niet door. Het is namelijk het recht van de pas verstandskiesloze om soms iets voor zich uit te schuiven. Vanwege de wazige medicijnenwolk waar ik verdwaasd op ronddwaal en vanwege iets anders. Ken je de zeven fasen van rouw? Apathie is daar een belangrijk - en niet noodzakelijk onprettig - onderdeel van en heeft zojuist toegeslagen. Ik neem nog een ibu, zo noem je de pijnbestrijders liefkozend in pijnlijke dagen. Morgen zeg ik desondanks mijn Roze Ridders vaarwel. Wist je dat ze hand in hand gaan met de drie musketiers Diarree, Obstipatie en Winderigheid? Ja, niet bij mij hoor.

Morgen over hoe het hoofd reageert op het plotseling gemis van twee geliefde verstandskiezen. Echt. (Denk ik.)
Tong is een gluiperig spiertje
‘De eerste dag NIET met de tong aan de plek waar de kies zat voelen,’ staat er op de kaakchirurgenfolder die ik meekreeg. Dat is moeilijk maar als het om het welzijn van lijf en leden gaat valt zulk advies moeilijk in de wind te slaan. Desondanks waagt tong zo nu en dan een verwoede poging. Het is een gluiperig spiertje! Dat gaat zo: als het hoofd afdwaalt naar sores van alledag komt hij langzaam in beweging. Eerst een kleine rollende schijnbeweging voorin de mond om te zien of het hoofd het merkt. Het hoofd constateert enige consternatie maar is nietsvermoedend en bovendien verdoofd door Brufen Bruis, waardoor aan de plotselinge beweging geen aandacht wordt besteed. Langzaam schuift het puntje van tong langs de voortanden richting achteren. Aangekomen bij de achterste kies, ruw want door zijn moeilijk benaderbare positie bedekt met meer tandplak dan de rest, waagt hij zich stilletjes om het hoekje, verder richting de vers dichtgenaaide wond. Het is pas dan dat het hoofd wakker schrikt en denkt: ‘Hé! Wat krijgen we nu? Er beweegt iets rond de plek waar ooit mijn kies was.’ Besmuikt trekt de tong zich terug. Ik stel me zo voor dat hij er ook nog bij gniffelt, maar dat kan natuurlijk niet.

Welnu waarde lezer, je bent getuige van een bijzonder moment. Het is de derde dag, ook gisteren heb ik tong voor de zekerheid met moeite in bedwang weten te houden, vandaag zal ik de wond aftasten en tegelijkertijd typen over mijn bevindingen. Daar gaan we. Ik begin linksonder, de best bereikbare plek. Tong glijdt van voor via links langs de rij tanden, richting de nu achterste kies, houdt daar even stil en stort zich dan pardoes in de vleesmassa... Spannend niet? Er is vlees, veel zacht zompig vlees. Maar er is ook een bult strakker bedekt met een dunne vleeslaag. Het is waarschijnlijk dat naarmate de tijd vordert de bult kleiner wordt. Daar kom ik op terug. Meest opmerkelijk voelt het (oplosbare) hechtdraad. Het is overal! Als puntig hooi in een modderbad. Wacht even! Ik voel...het is...er zit iets los. Tong wipt het op zijn puntje en neemt het mee naar buiten. Het is...een stukje rucola van het stokbroodje (!) kip met avocado en rucola van vanmiddag.

Morgen over hoe het hoofd reageert op het plotseling gemis van twee geliefde verstandskiezen.
Gebakken (!) aardappels
Terwijl ik bij mijn vorige kaakchirurgenbezoek (oktober 2010) de twee verstandskiezen na trekking vers gewassen mee kreeg in een charmant ziplockzakje, werden ze deze keer slordig in een servet gewikkeld en zat op de bovenkant van 38 nog een restje door mij ’s ochtends genuttigde ontbijtkoek. Het was symbolisch voor de meedogenloze ingreep die zojuist was verricht.

Ik wil de binnenkort verstandskieslozen onder jullie geenszins afschrikken, maar deze kaakchirurg was niet lief. De foto boven haar bureau waar ze breed glimlachend met een doktercollega opstond had ik eigenlijk moeten opvatten als waarschuwing. Lachen is normaliter natuurlijk geen teken aan de wand voor een duivelse behandeling, beangstigend was wat zich bóven haar brede glimlach openbaarde. Het waren onherroepelijk lodderige dronkemansogen. Ze was een katerige kaakchirurg.

Ze was lichtontvlambaar, moe en boos en had geen zin. En ik was bang en had ook geen zin. Geen goed team. Er was verwarring over welke tanden eruit moesten, er waren opmerkingen als ‘lig eens stil anders schiet ik uit’ en er waren twee extra verdovingen die pas insloegen toen ik de deur uit liep, het resulteerde in ongegeneerde kokhalzerij voor het raam van een kunstatelier voor bejaarden en mindervaliden.

Ik laat het achter me, door naar goed nieuws. Van een ‘emotionele achtbaan’ waar ik in de vorige bijdrage mijn angst over uitte is geen sprake. Er was wel een spannende gebeurtenis die ik graag aan wil halen. Nadat ik resoluut ‘nee’ had gezegd tegen alle Chokotoff’s en M&M’s in de buurt, besloot ik voor het avondeten een risico te nemen: broccoli, gebakken (!) aardappels en rundervinken. Het is haast niet te geloven, ik schoof het zonder enige moeite naar binnen. Na het eten voelde ik echter iets verontrustends. Iets zachts linksachter in mijn mond. Inderdaad, de plek des onheil. Na enig tonggewrik schoot de aanvankelijk vlezig aanvoelende materie los. Hand in mond, materie in hand. Een minigil was het gevolg. Geel! Was DIT de pus waar de kaakchirurg het tijdens de ingreep zo nadrukkelijk over had (zie vorige bijdrage)? Nee. Het was een stukje aardappel.

Morgen meer over het gevoel in en rond mijn vlezige holtes in de dagen na de ingreep.

'Er komt pus uit'
‘Er komt pus uit. Er komt pus uit. Er komt pus uit.’ Het zijn de lelijkste drie zinnen ooit gezegd over mijn verstandskiezen, waarvan er sinds vandaag nul over zijn. De kaakchirurg sprak ze uit toen ze met een tang aan nummer 28 (linksonder) trok. Iedereen was meestal juist erg content met mijn kiezen. Gehoord in tandartsenpraktijken en kaakchirurgie centra:

‘Ze liggen er prachtig bij.’
‘Die vliegen er zo uit!’
‘De mooiste van de dag.’
‘Jou zien we hier nooit meer terug.’ (let wel, in tandartsen- en kaakchirurgentaal is dat een groots compliment)

Ongeveer zeven jaar geleden waren mijn verstandskiezen er ineens, ik was denk ik achttien. Mijn mond voelde voller maar niet vervelend vol, zoals wanneer je net een beugel hebt of een hele banaan in een keer probeert door te slikken. Meer ‘zielen’ en meer ‘vreugd’, zo was het precies. Drie jaar geleden veranderde alles. ‘Die moeten eruit,’ zei de tandarts tijdens een routinecontrole. ‘Echt moeten?’ vroeg ik. De tandarts krabbelde terug. Het hoefde niet ‘stante pede’ , maar de rest van mijn tanden hadden te weinig ruimte en ja dan kun je ‘de ellende maar beter voor zijn’. De jaren volgend op dat plotselinge inzicht - mijn verstandskiezen en ik, dat was niet voor altijd - maakte ik op een broos moment een afspraak met de kaakchirurg. De tandarts had weer aangedrongen en ik was onder zijn druk bezweken. Op 22 oktober 2010 bezweken nummer 18 (rechtsboven) en nummer 48 (rechtsonder) onder de druk van een chirurgentang. De periode daarna was zoals amateurpsychologen dat zo mooi kunnen zeggen ‘een emotionele achtbaan’. Ik was behoed voor ‘de ellende’ en dat maakte me blij, maar voor het eerste sinds mijn geboorte was er met geweld een deel van mijn lichaam verwijderd. Dat maakte me verdrietig.

Ondanks het verdriet besloot ik om me ook van 28 en 38 te laten ontdoen. De te verwachten ‘ellende’ spookte steeds door mijn hoofd, en ‘ellende’ vind ik vreselijk. Voordat de eerste kies vanochtend werd onderworpen aan een zware trektocht weg van mij en mijn warme zompige tandvlees vroeg ik de kaakchirurgenassistente nog: ‘Is het écht nodig?’
‘Meisje, je weet niet wat je anders te wachten staat.’
Ik nam haar antwoord voor lief.

Nu zit ik thuis op de bank. Er druppelt af en toe wat kwijl uit mijn mond want de verdoving is nog niet uitgewerkt. Net lag er een rood, rubberachtig stukje op mijn trui. Ik weet niet wat het was maar misschien wel het gedeelte waar mijn kies in zijn laatste gehechte momenten door met mij verbonden was. Dat zou romantisch zijn.

Het wordt een ‘emotionele achtbaan’, maar dit keer heb ik deze blog om mijn gedachten te delen, te structuren, en de herinneringen aan mijn verstandskiezen niet te verliezen.

De komende weken houd ik je hier op de hoogte over hoe mijn lichaam en geest omgaan met het verlies van 28 en 38. Morgen meer over de ingreep.